Kan je feta eten als je lactose-intolerant bent?
Het korte antwoord is: ja, de meeste mensen met een lactose-intolerantie kunnen zonder problemen genieten van echte feta. Het hangt wel af van hoe gevoelig je darmen precies reageren op kleine restjes lactose, maar over het algemeen wordt deze kaas zeer goed verdragen.
Om te begrijpen waarom dit zo is, moeten we kijken naar de ingrediënten. Echte, traditionele feta wordt uitsluitend gemaakt van schapenmelk, vaak aangevuld met een klein beetje geitenmelk (maximaal dertig procent). Deze melksoorten bevatten van nature al iets minder melksuikers (lactose) dan koemelk. Daarnaast is de eiwitstructuur anders, wat schapen- en geitenmelk voor de meeste mensen sowieso lichter verteerbaar maakt.
Wat feta pas echt geschikt maakt voor een lactose-arm dieet, is het productieproces. Tijdens het fermenteren en rijpen van de kaas eten de toegevoegde melkzuurbacteriën een groot deel van de lactose op. Ze zetten dit om in melkzuur. Omdat feta enkele maanden in pekelwater rijpt, blijft er na dit proces nog maar een verwaarloosbare hoeveelheid lactose over in het eindproduct. Vaak is dit veel minder dan 1 gram per 100 gram kaas.
Let wel goed op in de supermarkt: koop altijd authentieke Griekse feta met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB). Soms worden er goedkopere varianten verkocht onder namen als 'witte kaas' of 'saladekaas'. Deze alternatieven zijn vaak gemaakt van koemelk en bevatten aanzienlijk meer lactose, wat al snel tot vervelende buikklachten kan leiden. Lees voor de zekerheid altijd even goed het etiket op de achterkant.
Wil je het zekere voor het onzekere nemen? Probeer dan eerst een klein blokje echte feta. Wacht rustig af hoe je lichaam hierop reageert voordat je meteen een flinke portie door je salade mengt of in de oven schuift. Zo ontdek je snel genoeg waar jouw persoonlijke grens ligt, zonder dat je onnodig risico loopt.