Wat betekent cantuccini?
Cantuccini zijn van oorsprong Italiaanse amandelkoekjes uit de Toscaanse stad Prato. De naam cantuccini is een verkleinwoord van cantucci. Dit stamt zeer waarschijnlijk af van het Latijnse woord cantellus, wat een stuk of snee brood betekent. Een andere theorie wijst naar het woord canto, dat hoekje of randje betekent. Dit verwijst naar de manier waarop de koekjes na het bakken in kenmerkende schuine stukjes worden gesneden.
Deze klassieke lekkernij valt onder de bredere categorie biscotti. Dat is een algemene Italiaanse term voor koekjes die twee keer worden gebakken (bis betekent twee, cotto betekent gebakken). Het dubbele bakproces is precies wat cantuccini hun typische harde en knapperige textuur geeft. Eerst bak je het deeg als een langwerpige rol in de oven. Vervolgens snijd je deze rol als hij nog warm is in schuine plakjes, waarna de stukjes nogmaals de oven in gaan om volledig uit te drogen.
Van oudsher bevat het basisrecept slechts een paar robuuste ingrediënten: bloem, suiker, eieren en een flinke hand ongepelde amandelen. Er komt in het authentieke recept geen boter, olie of gist aan te pas. Hierdoor bevatten ze nauwelijks vocht of vet en zijn ze extreem lang houdbaar. Dat was vroeger ideaal als proviand voor lange reizen.
In Italië is het een eeuwenoude culinaire traditie om cantuccini na de maaltijd te serveren in combinatie met Vin Santo, een zoete Toscaanse dessertwijn. Door het harde koekje even in de wijn te dopen, wordt het iets zachter en komen de smaken perfect samen. Je kunt deze heerlijke koekjes natuurlijk ook fantastisch combineren met een goede kop donkere espresso of thee.