Hoe ver kan een kip kijken?
Een kip heeft een verrassend goed gezichtsvermogen dat perfect is afgestemd op overleven in de natuur. Hoewel de ogen vooral gespecialiseerd zijn in het scherp zien van heel dichtbij om kleine zaden en insecten op te pikken, kunnen ze ook op grote afstand uitstekend kijken.
Kippen kunnen roofvogels in de lucht of sluipende roofdieren op de grond al vanaf tientallen meters afstand opmerken. Een kip kan tot op ongeveer 50 meter afstand behoorlijk scherpe details waarnemen. Verder dan die 50 meter vervagen de fijne details, maar blijven de ogen extreem gevoelig voor bewegingen en contrasten. Zodra er ver weg ook maar iets kleins beweegt, zal een waakzame kip dit vrijwel direct registreren en alarm slaan.
Een extreem breed gezichtsveld
Omdat de ogen aan de zijkant van de kop zitten, profiteren kippen van een enorm gezichtsveld van maar liefst 300 graden. Ze hebben maar een piepkleine dode hoek, recht achter hun kop. Hierdoor hoeven ze hun nek nauwelijks te draaien om de hele omgeving in de gaten te houden. Ze gebruiken hun ogen onafhankelijk van elkaar. Je ziet ze dan ook vaak met een schuine kop staan; het ene oog scant de lucht op direct gevaar, terwijl het andere oog gefocust blijft op de grond om eten te zoeken.
Kleur en ultraviolet licht
Wat het zicht van deze vogels nog veel specialer maakt, is dat ze de wereld veel kleurrijker zien dan wij. Mensen hebben drie soorten kegeltjes in de ogen om kleuren te zien, maar kippen hebben er vier. Dit noem je tetrachromatisch zicht. Het betekent dat ze naast alle kleuren die wij zien, ook ultraviolet (UV) licht kunnen waarnemen. Dankzij dit UV-zicht lichten insecten, glimmende zaden en bessen veel feller op tegen een neutrale achtergrond. Zelfs de algehele gezondheid van andere kippen kunnen ze beoordelen aan de hand van de manier waarop de veren UV-licht reflecteren.
Volledig nachtblind
Er is wel een groot nadeel aan dit indrukwekkende zicht: ze zien helemaal niets zodra de zon ondergaat. Kippen zijn van nature volledig nachtblind. Dit verklaart waarom je ze tegen de schemering altijd haastig de veiligheid van hun nachthok ziet opzoeken om op stok te gaan. In de duisternis zijn ze compleet weerloos, omdat de ogen domweg niet gebouwd zijn om met weinig licht te functioneren.