Waarom geen lepel in honing?
Het advies om geen metalen lepel in honing te laten staan, heeft zowel een scheikundige als een praktische reden. Hoewel een korte aanraking met een roestvrijstalen lepel meestal geen kwaad kan, zijn er belangrijke factoren waar je rekening mee moet houden om de kwaliteit van je honing te waarborgen.
De zuurgraad en reactiviteit
Honing is van nature zuur met een pH-waarde die vaak tussen de 3,4 en 6,1 ligt. Wanneer een metalen lepel voor langere tijd in de honing blijft staan, kan dit zuur reageren met het metaal. Deze oxidatie kan de subtiele smaaknuances van de honing aantasten en in theorie de actieve enzymen die honing zo gezond maken, beschadigen. Daarom zie je vaak dat imkers houten, glazen of kunststof lepels aanraden.
Hygiëne en fermentatie
Honing is hygroscopisch, wat betekent dat het vocht uit de lucht aantrekt. De grootste boosdoener bij het gebruik van een lepel is echter vaak vocht en bacteriën die je onbewust introduceert. Als je een lepel gebruikt die niet volledig droog is, of als je de lepel na gebruik opnieuw in de pot doopt (het zogenaamde 'double dipping'), voeg je vocht en speekselenzymen toe. Omdat honing een laag vochtgehalte heeft, blijft het normaal gesproken onbeperkt goed. Door de toevoeging van water kunnen gistcellen echter actief worden, waardoor de honing kan gaan gisten.
Het nut van de honingdipper
De traditionele houten honingdipper is niet alleen gekozen vanwege het materiaal, maar ook vanwege de vorm. De horizontale inkepingen houden de stroperige honing vast door de oppervlaktespanning, zolang je de dipper blijft draaien. Zodra je stopt met draaien, stroomt de honing gecontroleerd naar beneden. Dit voorkomt geknoei en zorgt ervoor dat je de pot schoon houdt zonder metaalcontact.
Kortom: gebruik altijd een schone, kurkdroge lepel van hout of kunststof en laat deze nooit in de pot staan. Zo blijft je honing puur en behoudt het zijn natuurlijke kracht.