Hoeveel takken moet ik aan mijn tomatenplant laten zitten?
Het aantal takken dat je aan een tomatenplant laat zitten, hangt volledig af van het soort tomaat dat je kweekt en de ruimte die je beschikbaar hebt. Er is een belangrijk onderscheid te maken tussen de twee hoofdsoorten: de stoktomaat en de struiktomaat. Voor een optimale oogst en smaakvolle vruchten is de juiste aanpak cruciaal.
Stoktomaten: Eén of twee hoofdstammen
De meeste tomatenplanten die we in kassen of moestuinen kweken, zijn stoktomaten. Voor deze rassen geldt als vuistregel dat je ze op één hoofdstam kweekt. Dit betekent dat je de plant langs een stok of draad omhoog leidt en alle zijscheuten verwijdert.
Dit proces noemen we 'dieven'. In de oksels van de bladeren (daar waar het blad aan de stengel vastzit) ontstaan nieuwe scheutjes. Deze moet je zo vroeg mogelijk weghalen. Als je deze laat zitten, steekt de plant veel energie in het maken van extra blad en takken, wat ten koste gaat van de grootte en de rijping van de tomaten.
Er zijn echter uitzonderingen waarbij je twee of drie takken kunt aanhouden:
- Kerstomaten en cherrytomaten: Omdat de vruchten klein zijn, heeft de plant vaak genoeg energie om meerdere takken te dragen zonder dat de oogst eronder lijdt. Je topt de eerste dief (de onderste zijscheut) dan niet, maar laat deze uitgroeien tot een tweede hoofdstam.
- Geënte planten: Deze planten staan op een zeer krachtige onderstam en groeien zo hard dat ze makkelijk twee of zelfs drie hoofdstammen kunnen voeden.
Struiktomaten: Niet snoeien
Heb je een struiktomaat (vaak te vinden in potten of als lage beplanting)? Dan hoef je geen takken weg te halen. Deze planten stoppen vanzelf met groeien op een bepaalde hoogte en hebben juist al die zijtakken nodig om een mooie, volle struik met veel vruchten te vormen. Het verwijderen van takken bij een struiktomaat vermindert je oogst direct.
Waarom is het beperken van takken belangrijk?
Bij stoktomaten heeft het beperken van het aantal takken tot één of twee duidelijke voordelen:
- Luchtcirculatie: Door de plant open te houden, kan de wind er goed doorheen waaien. Dit zorgt ervoor dat het gewas sneller opdroogt na regen, wat de kans op schimmels zoals de aardappelziekte (Phytophthora) aanzienlijk verkleint.
- Zonlicht: De zon kan beter bij de vruchten komen, wat essentieel is voor de rijping en de suikerontwikkeling in de tomaat.
- Energieverdeling: De plant kan zijn energie focussen op het ontwikkelen van de vruchtrossen in plaats van op onnodige bladgroei.