Kan ik zelf aardappelen kweken?
Absoluut, het kweken van je eigen aardappelen is niet alleen verrassend eenvoudig, maar levert ook de meest smaakvolle oogst op voor in de keuken. Vers uit de grond hebben ze een veel vollere, aardse smaak dan de exemplaren uit de supermarkt. Je hebt er bovendien geen gigantische moestuin voor nodig; een flinke kweekzak of ruime pot op het balkon werkt net zo goed als een stuk losse grond in de tuin. Het proces begint met de juiste voorbereiding en een beetje geduld.
Kies de juiste pootaardappelen
In plaats van een gewone aardappel die is blijven liggen te gebruiken, kun je het beste speciale pootaardappelen aanschaffen. Deze zijn gecontroleerd op ziektes en garanderen een veel betere opbrengst. Laat ze voor het planten eerst 'voorkiemen'. Leg de knollen een paar weken op een koele, lichte plek, zoals de vensterbank van een onverwarmde kamer. Zodra er korte, stevige scheuten uit groeien, zijn ze klaar. Dit geeft de planten straks een flinke voorsprong.
De grond in
Vanaf begin april, wanneer de kans op strenge vorst grotendeels geweken is, kunnen de knollen de grond in. Kies een zonnige plek uit, want aardappelplanten houden van warmte en licht. Graaf een geul of maak gaten van zo'n tien centimeter diep. Zorg dat je de knollen met de uitlopers naar boven in de aarde legt. Houd een onderlinge afstand van ongeveer dertig tot veertig centimeter aan, zodat het loof en de wortels genoeg ruimte hebben om te ontwikkelen.
Aanaarden voor een grotere oogst
Zodra de groene stengels ongeveer vijftien centimeter boven de grond uitsteken, is het tijd om te 'aanaarden'. Dit betekent dat je een extra laagje aarde of compost tegen de stengels omhoog schuift. Hierdoor ontstaan er ondergronds meer zijwortels, waaraan de nieuwe aardappelen zullen groeien. Een tweede, belangrijke reden is dat het voorkomt dat knollen die dicht onder het oppervlak liggen groen en giftig worden door zonlicht. Herhaal dit proces gerust nog een keer als de plant flink verder is gegroeid.
Oogsten en bewaren
Afhankelijk van het gekozen ras kun je na drie tot vier maanden oogsten. Vroege aardappelen zijn vaak al klaar zodra de plant bloeit. Bewaaraardappelen laat je in de grond zitten totdat het loof bovengronds volledig geel is en afsterft. Steek voorzichtig een riek in de grond, ruim naast de plant, en wrik de kluit langzaam omhoog. Laat je verse oogst na het rooien even drogen op de aarde voordat je ze naar binnen haalt. Bewaar ze daarna op een donkere, koele en goed geventileerde plek om er nog maandenlang van te genieten in je favoriete stamppotten of ovenschotels.