Hoe oud moet een kind zijn voor kaas?
Vanaf ongeveer 6 maanden oud kun je beginnen met het geven van kleine beetjes kaas aan een baby, tegelijk met de introductie van andere vaste voeding. Kaas is een goede bron van calcium, vetten en eiwitten, wat essentieel is voor de groei. Toch is het belangrijk om bewust te kiezen welke kaas je aanbiedt, omdat niet elke soort direct geschikt is voor de nog ontwikkelende nieren en spijsvertering van een kind.
Kies altijd voor gepasteuriseerde kaas. Kazen gemaakt van rauwe melk (vaak aangeduid met 'au lait cru') kunnen de listeriabacterie bevatten, wat gevaarlijk is voor jonge kinderen. Zachte, milde en jonge kazen zijn de beste keuze. Denk hierbij aan zuivelspread, milde jonge kaas, mozzarella of hüttenkäse. Deze varianten zijn makkelijk te eten en bevatten over het algemeen wat minder zout.
Let wel goed op de zoutinname. De nieren van een baby kunnen nog niet goed omgaan met veel zout. Geef daarom liever geen oude kaas, feta of blauwschimmelkazen; deze zijn vaak erg zout. Een dun plakje jonge kaas op een boterham of een beetje geraspte kaas door een warme maaltijd is in het begin meer dan genoeg. Bouw het rustig op en houd de porties klein.
Daarnaast is de vorm waarin je het aanbiedt belangrijk in verband met verstikkingsgevaar. Snijd een plakje in kleine stukjes, maak er smalle reepjes van of rasp de kaas simpelweg over een warm gerecht zodat het zacht wordt. Zodra je kindje de leeftijd van 1 jaar heeft bereikt, kunnen de nieren iets meer hebben en kun je de variatie langzaam uitbreiden, zolang je rauwmelkse producten nog steeds vermijdt.