Wanneer kun je een aardappel beter niet eten?
Hoewel aardappelen een veelzijdig en onmisbaar basisingrediënt zijn, zijn er specifieke momenten waarop het onveilig is om ze te consumeren. Het is belangrijk om goed op de kleur, textuur en geur te letten voordat je ze bereidt.
Groene verkleuringen
Een van de duidelijkste signalen dat je een aardappel beter kunt weggooien, is een groene waas of groene vlekken op de schil. Deze verkleuring ontstaat door blootstelling aan licht. Het groen zelf is chlorofyl en ongevaarlijk, maar het is een sterke indicator voor de aanwezigheid van solanine. Solanine is een natuurlijke gifstof die de aardappel aanmaakt om zich te beschermen tegen insecten en schimmels. Bij inname van te veel solanine kun je last krijgen van maagkrampen, misselijkheid, overgeven en in ernstige gevallen zelfs neurologische klachten. Koken, bakken of frituren vernietigt deze gifstof niet. Is de aardappel grotendeels groen? Gooi hem dan direct weg. Bij een heel klein groen vlekje kun je dat deel nog ruim wegsnijden, maar bij twijfel is weggooien de veiligste optie.
Uitlopers en scheuten
Aardappelen die te lang of in een te warme omgeving worden bewaard, gaan kiemen. Er verschijnen dan kleine witte of paarse uitlopers, ook wel scheuten genoemd. Net als bij de groene verkleuring bevatten deze uitlopers een hoge concentratie solanine. Als de uitlopers nog kort en stevig zijn en de aardappel zelf nog hard is, kun je de scheuten royaal wegsnijden en de aardappel nog veilig eten. Zodra de scheuten echter lang worden en de aardappel zacht of rimpelig begint aan te voelen, heeft de knol te veel van zijn voedingsstoffen verbruikt en is het gehalte aan gifstoffen te hoog opgelopen. Eet deze exemplaren niet meer.
Een zachte of rimpelige textuur
Een verse, gezonde aardappel hoort stevig en hard te zijn. Na verloop van tijd verliest de knol vocht. Begint de aardappel zacht, sponzig of erg rimpelig aan te voelen? Dan is de kwaliteit drastisch achteruitgegaan. Hoewel een licht rimpelige aardappel zonder groene vlekken of uitlopers niet direct giftig is, is de smaak en textuur na bereiding vaak onaangenaam. Is de aardappel extreem zacht, dan is de kans op bederf groot en hoort deze in de afvalbak.
Beschadigingen en rot
Let altijd op de geur. Een rotte aardappel heeft een zeer penetrante, muffe en onaangename geur die je niet makkelijk over het hoofd ziet. Ook als de aardappel donkere, zachte of vochtige plekken heeft die diep in het vruchtvlees doorlopen, is het bederfproces al in gang gezet. Deze bacteriële schimmelinfecties kunnen zich snel verspreiden naar andere aardappelen in dezelfde zak of voorraadbak. Verwijder een rotte aardappel dus altijd direct om de rest van je voorraad te beschermen.
Om te voorkomen dat aardappelen giftig of onbruikbaar worden, bewaar je ze het beste op een koele, donkere en goed geventileerde plek, zoals een kelder of een voorraadkast. Vermijd direct zonlicht en bewaar ze liever niet in de koelkast, aangezien een te koude temperatuur de zetmelen in suikers omzet, wat de smaak negatief beïnvloedt.